home arrow onderzoek

Onderzoek

Onderzoek Certificatieprocessen in de zorg- en welzijnssector, 2e meting
VanDoorneHuiskes en partners, maart 2004

In 2001 liet HKZ voor het eerst onderzoeken hoe certificatieprocessen in zorg- en welzijnsinstellingen verlopen. In 2004 werd dit onderzoek herhaald. In 2001 werden vrijwel alle (toen ca. 70) gecertificeerde organisaties bevraagd, nu ging het om een steekproef van 25%. (ca. 100 instellingen).
Een samenvatting van de conclusies en aanbevelingen.

Conclusies

  • Organisaties noemen als belangrijkste motieven om te gaan certificeren: verbetering van de werkprocessen en professionalisering van medewerkers. Andere argumenten zijn: profilering naar cliënten en zorgverzekeraars toe en verbetering van de marktpositie. Daarnaast werden genoemd: hercertificering, eisen vanuit de branche en wet- en regelgeving. 
  •  89% van de ondervraagde organisaties is tevreden met het eigen kwaliteitsproces. Meer dan in de eerste meting worden ontwikkelingen als fusie en schaalvergroting genoemd als belemmeringen voor het kwaliteitsproces.
  • Ruim een derde van de ondervraagde instellingen werkt met andere kwaliteitsmodellen naast de HKZ-schema's, onder andere het INK-model, NIAZ en bij apothekers de NAN-norm. Vooral gebruikers van het INK-model zien een goede samenhang tussen dit model en HKZ.
  • De HKZ-schema's 'nieuwe stijl' (met de ISO 9001:2000 en een toelichting op de normen) worden beter gewaardeerd dan de oude schema's. Wel waarschuwt men voor te grote detaillering in de schema's. Ook werd gewezen op het belang van een goede aansluiting bij de praktijk van de sector en nieuwe ontwikkelingen in de zorg.
  • 41% van de ondervraagde instellingen schakelde een extern adviseur in bij de opzet van het kwaliteitssysteem. In 2001 was dat 30%.
  • Voor 19% van de organisaties was de prijs een belangrijke reden om met een certificeerder in zee te gaan. In 2001 gold dit in 6% van de gevallen. 87% van de organisaties is tevreden over de wijze waarop de toetsing is uitgevoerd. De meedenkende houding van de auditoren wordt vaak als positief punt genoemd.

Nieuwe rollen voor HKZ
Uit het onderzoek van 2001 kwam naar voren dat HKZ niet goed zichtbaar was en een onduidelijke rol had. Dit werd in 2004 niet vaak meer genoemd. Men ziet nu voor HKZ een andere rol weggelegd, namelijk die van lobbyist of intermediair naar beleidsmakers. Verder verwacht men van HKZ: informatie, advies en het monitoren van landelijke ontwikkelingen in de zorg en de politiek.

Aanbevelingen van de onderzoekers aan HKZ

  • bewaak de aansluiting van de schema's bij de praktijk.
  • geef aan waar een organisatie op moet letten bij de keuze van een certificerende instelling.
  • ondersteun instellingen bij de implementatie van de normen en het betrekken van medewerkers.
  • verschaf meer inzicht in het financieel rendement van certificatie.
  • doe meer aan de promotie van certificatie en het keurmerk bij belangrijke partijen als zorgverzekeraars en inspectie. geef meer toelichting op de normen en de praktische toepassing.

U kunt het volledige onderzoeksrapport downloaden.

icon onderzoek certificatie 2004 (363.40 KB  

Onderzoek Erasmus Universiteit: De validiteit van kwaliteitssystemen in zorginstellingen
Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit, september 2003

Gecertificeerden meten beter
Het wordt steeds belangrijker om inzicht te krijgen in de effecten van de verschillende kwaliteitssystemen op de uitkomsten van de zorg. Dat wil de overheid weten, maar ook de financiers. Voor aanbieders kan deze wetenschap medebepalend zijn voor de keus: wel of niet certificeren of accrediteren. Ook cliëntenorganisaties hebben behoefte aan deze informatie. Voor HKZ is het daarnaast belangrijk om te weten welke initiatieven ze moet nemen om kwaliteitsmanagement in het algemeen en certificatie in het bijzonder te stimuleren en te faciliteren.
Het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit heeft op verzoek van HKZ onderzoek gedaan naar de effecten van certificatie op de uitkomsten van zorg. Het onderzoek werd uitgevoerd in de sectoren apotheken, thuiszorg, ambulancezorg en CPA en de GGZ.
Belangrijke conclusie: er wordt nog nauwelijks gemeten op het effect van interventies voor de patiënt/cliënt. Wel is duidelijk dat gecertificeerde apotheken beter meten dan niet-gecertificeerde. Ook de ontwikkeling van uitkomstindicatoren staat nog in de kinderschoenen. Waar met indicatoren gewerkt wordt, heeft dit vooral betrekking op structuur en processen.

Aanbevelingen van de onderzoekers

  • Longitudinaal vervolgonderzoek naar de effecten van certificatie in de zorg, met een controlegroep, te beginnen met een nulmeting.
  • Een inventarisatie van de betrokkenheid van de professionals bij HKZ-certificatie. (Uit literatuuronderzoek naar de effecten van accreditatie is gebleken dat deze betrokkenheid van invloed is op de zorguitkomsten).
  • HKZ moet het veld stimuleren om uitkomstindicatoren te ontwikkelen. Zij kan hier een ondersteunende en een harmoniserende rol in vervullen.
  • Deze meting is uitgevoerd bij instellingen die nog onder de oude ISO 9001 (1994) zijn gecertificeerd. De nieuwe ISO 9001 (2000) is veel meer op verbetering gericht. Daarom is interessant om in de toekomst de relatie tussen certificatie en uitkomsten nogmaals te meten. Dankzij de groeiende groep van gecertificeerde zorgaanbieders zullen verschillen met niet-gecertificeerden ook steeds beter vastgesteld kunnen worden.
  • Er zijn meer gedetailleerde gegevensbestanden met uitkomstmetingen nodig om de relatie tussen certificatie en uitkomsten te kunnen onderzoeken.

Het onderzoeksrapport "De validiteit van kwaliteitssystemen in zorginstellingen" kunt u hier downloaden.

icon onderzoek kms2004 (631.00 KB)

Onderzoek Inspectie: gecertificeerde apotheken scoren beter

Gecertificeerde apotheken scoren beduidend hoger op kritische aandachtspunten dan niet-gecertificeerde apotheken. Dit heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg bekendgemaakt in het rapport Voorwaarden voor verantwoorde farmaceutische zorgverlening (juli 2003). De Inspectie stelde vast dat er een significante samenhang bestaat tussen de scores op verschillende onderzochte items en het al dan niet gecertificeerd zijn van apotheken. Van de 196 onderzochte apotheken waren er 20 gecertificeerd. Daarvan scoort 70% gemiddeld voldoende op normen die door de IGZ als kritisch worden beschouwd. Van de 176 overige (niet gecertificeerde) apotheken scoort slechts 7% gemiddeld een voldoende. De hier gesignaleerde tekortkomingen hebben vooral te maken met het ontbreken van een kwaliteitssysteem, aldus de Inspectie.

Kijk voor het volledige rapport Voorwaarden voor verantwoorde farmaceutische zorgverlening door openbare apotheken (juli 2003) op www.igz.nl <http://www.igz.nl/> onder Publicaties - Rapporten - Cluster FMT - Farmacie.