Norm: Mondzorg (HKZ 170)

Wilt u zich laten toetsen?

TOETSING Mondzorg (HKZ 170)


Ga hier naar het register voor een overzicht van instellingen die op deze norm gecertificeerd zijn

Overzicht certificaten


Reikwijdte

Deze HKZ-norm is van toepassing op het kwaliteitsmanagementsysteem van praktijken in de mondzorg, waaronder algemene tandheelkunde, mondzorgkunde, differentiaties[1], tandprothetiek, en specialisaties[2] (zowel orthodontisten, als MKA-chirurgen), ongeacht praktijkvorm, omvang of type activiteiten[3].

[1]   Een gedifferentieerde tandarts heeft zich na zijn opleiding toegelegd op een bepaald deelgebied. Op de website van de wetenschappelijke verenigingen staan de ledenlijsten van de door hen erkende gedifferentieerde tandartsen. Deelgebieden staan op de website van de KNMT.

[2]   Tandarts-specialisten, orthodontisten en MKA-chirurgen, moeten zich inschrijven in het specialistenregister orthodontie (DMO) of kaakchirurgie (MKA) van de Registratiecommissie Tandheelkundige Specialismen (RTS). De inschrijving in het specialistenregister geeft het recht de wettelijk erkende en beschermde specialistentitel te voeren.

[3]   Praktijken die niet zeker weten of de reikwijdte van deze HKZ-norm van toepassing is op hun organisatie kunnen contact opnemen met HKZ.

Geldige versie

Versie 2019.

Apart verkrijgbaar Algemeen Organisatiedeel

Niet van toepassing.

Module cliënt-/patiëntveiligheid

Niet van toepassing.

Wel/niet onder accreditatie

Deze norm wordt niet onder accreditatie van de RvA getoetst. Het toezicht op de toetsing vindt plaats door NEN-Commissie Schemabeheer. Toetsing vindt plaats door Certificerende Instellingen, die geaccrediteerd zijn tegen ISO 17021-1 met als werkgebied 'Zorg' of NCS 7510.

Toetsingsafspraken

Toetsing vindt plaats conform NCS 170 Mondzorg, behorend bij de HKZ-norm 170 Mondzorg.

Het HKZ-certificaat wordt voor een periode van 5 jaar afgegeven door een certificerende instelling. Gedurende de certificatiecyclus worden instrumenten als zelfevaluatie (zie bijlage voor formulier) en visitatie ingezet. Enerzijds om het leren en verbeteren te stimuleren, anderzijds om na te gaan of de praktijk ‘certificaatwaardig’ blijft.

De 5-jarige cyclus bestaat uit verschillende onderdelen:

Jaar 1: initiële audit
De leadauditor van een certificerende instelling voert de initiële audit uit.

Jaar 2: zelfevaluatie en rapportage
De praktijk voert een zelfevaluatie uit en rapporteert dit aan de certificerende instelling. Dit gebeurt met een standaardformulier (zie bijlage B).

Jaar 3 of 4: visitatie
Eén keer per 5 jaar voeren vakgenoten een visitatiebezoek uit dat voldoet aan de vastgestelde criteria.

Jaar 5: zelfevaluatie en rapportage
Dit is een herhaling van de zelfevaluatie en rapportage zoals beschreven onder jaar 2.

U kunt hier de norm bestellen