Welke regels gelden voor de certificerende instelling?

De certificerende instelling moet:

  • Haar onafhankelijkheid en die van haar medewerkers garanderen.
  • De beoordeling uitvoeren op grond van documenten, maar ook op grond van interviews, gesprekken, onderzoek, e.d..
  • Afspraken hebben over regelmatige controle van de zorg- of welzijnsorganisatie (meestal jaarlijks).
  • Controleren of het certificaat alleen gebruikt wordt bij activiteiten waarvoor het is afgegeven.
  • Zorgen voor competente auditoren.
  • Zorgen dat de omvang van de audit past bij de omvang en complexiteit van de organisatie.
  • Afspraken hebben over ad hoc controle bij incidenten en grote veranderingen in de zorg- en welzijnsorganisatie.
  • Toezicht op haar werkwijze accepteren en mogelijk maken.
  • De regels liggen vast in de volgende documenten: NTA 8224 (HKZ en NEN-EN 15224), NCS 8225 (HKZ-norm Zorg & Welzijn), NCS 7510 (NEN 7510).